Persbericht Milquet: Akkoord in tweede lezing in de Ministerraad over de arbeidstijd van de beroepsbrandweermannen

24 januari 2014 - 11u42

De vicepremier en minister van Binnenlandse Zaken, Joëlle Milquet, meldt de goedkeuring in tweede lezing door de Ministerraad van vandaag van het wetsontwerp betreffende de organisatie van de arbeidstijd van de operationele beroepsleden van de hulpverleningszones. 

Deze tekst over de arbeidstijd had het onderwerp uitgemaakt van een akkoord tijdens de plenaire vergadering van 6 november 2013 met de Brandweerfederaties, de lokale overheden vertegenwoordigd door de Verenigingen van Steden en Gemeenten, evenals de vakbonden.

Het wetsontwerp dat vandaag goedgekeurd werd is een weerspiegeling van dit compromis. 
 
Deze tekst is van fundamenteel belang, enerzijds omdat hij het mogelijk zal maken een wettelijk kader te geven aan de arbeidstijd van de beroepsbrandweermannen die dagelijks instaan voor ieders veiligheid, maar ook omdat hij het mogelijk maakt rekening te houden met de situatie op het terrein en hij aangepast is aan de eisen inzake dringendheid. 
 
De brandweermannen voeren over het algemeen zowel dagprestaties als nachtprestaties uit, ook in het weekend. Om al deze prestaties te dekken hebben de gemeenten verschillende systemen ontwikkeld en hieruit vloeit voort dat in bepaalde van deze systemen, de brandweermannen thans meer presteren dan de in België toegestane 38u/week.

Dit project maakt het mogelijk te beantwoorden aan de eisen van de Europese richtlijn 2003/88/CE. Er dienden terzake dus regels opgesteld te worden, in overeenstemming trouwens met een Europese richtlijn. 
 
Bovendien vormt dit project een eerste stap in de harmonisering van het statuut van de brandweer. In de komende weken zal de minister van Binnenlandse Zaken de ontwerpen van koninklijke besluit over het administratieve en financieel statuut van het operationeel personeel van de hulpzones voorleggen aan de Ministerraad voor een tweede lectuur. 

Het wetsontwerp dat vandaag goedgekeurd werd maakt de volgende vooruitgang mogelijk: 

  • De algemene regel van de 38u/week blijft behouden in de 27 hulpverleningszones waarbinnen het operationeel personeel gemiddeld 38u/week werkt. 
  • In de 7 hulpverleningszones waar meer dan 50% van het personeel gemiddeld meer dan 38u/week werkt, zal het mogelijk zijn om gemiddeld tot 48u/week te werken. In deze 7 zones is een vakbondsonderhandeling voorzien teneinde tot een aangepast uurrooster te komen, met maximum van 48u/week. In geval van onenigheid kan een sociaal bemiddellaar tussenkomen en eventueel een voorstel tot compromis opstellen. Deze 7 zones zullen ten laatste in 2025 het regime van 38u/week moeten respecteren. Het uitstel met 10 jaar kan één keer verlengd worden met maximum 10 jaar (2035). Deze beslissing van uitstel zal, indien van toepassing, moeten genomen worden door middel van een in de Ministerraad overlegd koninklijk besluit. 
  • De brandweermannen zullen, op vrijwillige basis, maximaal 10u per week bijkomend mogen presteren, boven hun gewoonlijke uurrooster van 38u/week, gerekend op gemiddeld vier maanden. Deze bijkomende uren vormen een oplossing voor de beroepsbrandweerlieden die ook vrijwillig brandweerman zijn in dezelfde zone. Het aantal bijkomende werkuren is daarentegen beperkt tot 4 uur voor de beroepsbrandweerlieden die werken in een zone met een arbeidsregime van gemiddeld 48u/week, die tot nu toe ook vrijwilliger waren in die zelfde hulpverleningszone. Deze bijkomende uren moeten het voorwerp uitmaken van een schriftelijk akkoord tussen de werkgever en de werknemer en er moet een bijkomende bezoldiging worden voorzien. 

De beroepsleden die, na hun gewone uren, bereid zijn om zich in te zetten voor de dienst, zullen dit voortaan kunnen doen op een wettelijke manier. Tot op heden bestond er immers geen enkel wettelijk middel dat het mogelijk maakte bijkomende uren te presteren, noch om ze te vergoeden. Deze toegestane bijkomende uren, op vrijwillige basis, zijn essentieel voor de organisatorische soepelheid van de hulpverleningsdiensten die het hoofd moeten bieden aan een oproepingsgraad die sterk varieert naargelang het uur van de dag of de nacht, in de week of in het weekend. 

  • De referentieperiode voor de berekening van de gemiddelde arbeidstijd per week, van 38u of 48u, bedraagt vier maanden, 3 waarbij de maximale wekelijkse arbeidstijd evenwel vastgesteld is op 60u/week, bijkomende uren inbegrepen. 
  • Er zijn bovendien beschermingsmaatregelen voorzien inzake de wekelijkse rusttijden, de pauzes, het nachtwerk, enz. 

Het vandaag goedgekeurde wetsontwerp wordt thans ter advies naar de Raad van State gestuurd en het zal in werking treden gelijktijdig met de hulpverleningszones. 

De Minister herhaalt het belang van de rol van de vrijwillige brandweermannen en preciseert dat er, in het kader van de koninklijke besluiten betreffende het administratief en geldelijk statuut van de brandweermannen, maatregelen 
genomen zullen worden, zowel voor de vrijwilligers als voor de beroepsbrandweerlieden. 

 

 

© 2013 — 2017 juridische informatie sitemap

In samenwerking met Digipolis.